Preventie-reglementen

 

Reglement tijdelijke inrichtingen

Richtlijnen ter bescherming tegen brand- en paniekrisico’s in instellingen van tijdelijke aard.
De brand- en paniekbeveiligingsmaatregelen zijn van toepassing op alle evenementen van tijdelijke aard die plaats vinden in open lucht, in tenten toegankelijk voor meer dan 99 personen of in gebouwen die niet beantwoorden aan een politiereglement voor publiek toegankelijke inrichtingen.

Deze richtlijnen en maatregelen kan je hier downloaden.

Checklist reglement “tijdelijke inrichtingen”

Tijdelijk publiek toegankelijke inrichtingen zijn inrichtingen met een tijdelijk karakter, zoals tenten, circussen, kermissen, openlucht evenementen,… die voor het publiek toegankelijk zijn. Wie een tijdelijk publiek toegankelijke inrichting exploiteert, moet uiteraard de nodige maatregelen treffen inzake brandpreventie. Hier kan je een checklist downloaden om je evenementenruimte af te toetsen. Deze wordt ook gebruikt door de preventionist van de brandweer langs komt.

Reglement “publiek toegankelijke instellingen”

Het gemeentelijk reglement houdende vaststelling van de minimumnormen inzake brandpreventie met betrekking tot publiek­toegankelijke inrichtingen kan je hier downloaden.

Vuurwerk

Verjaardagen, trouwfeesten, dorpsfeesten, carnaval, onze nationale feestdag en vooral de dagen rond Kerstmis en Nieuwjaar zijn gelegenheden voor het gebruik van voetzoekers en vuurwerk. De schitterende kleuren van vuurwerk in de nachtelijke hemel en de vonken van een wonderkaars op een verjaardagstaart hebben altijd al jong en oud

Maar opgelet: voetzoekers, wonderkaarsen, vuurpijlen, Romeinse kaarsen en ander vuurwerk bestemd voor verkoop aan particulieren, zijn geen speelgoed. Dit zijn springstoffen die niet iedereen in handen mag krijgen, en ook niet iedereen zomaar en overal mag gebruiken.

Deze artikelen kunnen zeer gevaarlijk zijn als we niet de juiste voorzorgen nemen voor, tijdens en na het gebruik ervan. Verkeerd gebruik van vuurwerk kan nare gevolgen hebben, zoals zeer zware brandwonden aan de handen en in het gezicht en kan zelfs een dodelijke a oop kennen.

Om te voorkomen dat een feest uitdraait op een nachtmerrie, hou je je best aan volgende veiligheidsregels:

Bewaar thuis het feestvuurwerk op een droge plaats in een afgesloten ruimte, buiten het bereik van kinderen.

  • Lees alle gebruiksaanwijzingen voor het afsteken van het vuurwerk voldoende op voorhand.
  • Kies een aangepaste schietplaats: een open zone, die vlak, horizontaal en hard is, verwijderd van woningen en geparkeerde voertuigen en ver van een dichte plantengroei, vooral bij droogte.
  • Zorg ervoor dat toeschouwers steeds op een veilige afstand blijven tot na het afvuren.
  • Houd dieren op een veilige plaats! Vooral honden en paarden houden niet van vuurwerk en kunnen schrikken bij de eerste knallen.
  • Zorg dat er steeds water (emmer) en een brandblusapparaat binnen handbereik is.
  • Blijf nuchter: gebruik geen alcohol voor en tijdens het afsteken.
  • Zorg voor een goede bescherming van de ogen door het dragen van een geschikte veiligheidsbril. Draag nooit kledij die gemakkelijk vuur kan vatten.
  • Plaats voor het afsteken van vuurpijlen een buis stevig in de grond en steek er dan de stok van de vuurpijl in. Steek maar één pijl per keer aan. Wacht tot de eerste pijl de lucht ingaat alvorens een andere pijl in dezelfde buis te plaatsen.
  • Stabiliseer batterijen door er bijvoorbeeld zware blokken of grond rondom aan te brengen.
  • Steek altijd de lonten aan met een aansteeklont dat u bij uw leverancier kan krijgen. Rookwaar zoals een sigaar of een sigaret kunnen ook gebruikt worden.
  • Gebruik zeker geen lucifers of aanstekers: het risico bestaat dat u de lont op een verkeerde plaats aansteekt en u onvoldoende tijd heeft om uzelf in veiligheid te brengen.
  • Verlaat zo snel mogelijk de plaats van afschieten en blijf op voldoende afstand zodra u een lont aansteekt.
  • Richt nooit een aangestoken product naar een persoon.
  • Houd voldoende afstand van het vuurwerk en steek de lonten aan met gestrekte arm.
  • Zorg dat op het moment van het aansteken van vuurwerk vanop de grond (batterij, fontein, kaars,…), er zich geen enkel lichaamsdeel boven het vuurwerkartikel bevindt.
  • Benader nooit onmiddellijk een artikel nadat u het aanstak. Indien het niet werkt, wacht dan minstens 30 minuten.
  • Steek nooit een vuurwerkartikel terug aan.
  • Doof op de grond gevallen resten.
  • Annuleer het afsteken van vuurpijlen bij hevige wind.

Meer info vind je via deze uitgebreide FAQ.

Kerstboomverbranding

Het houden van een kerstboomverbranding valt onder de voorschriften voor een grote vuurhaard in openlucht. Er moet altijd toestemming worden gevraagd aan de plaatselijke autoriteiten.

Wetgeving:
Het veldwetboek art 89 bepaalt dat het verboden is vuur te maken op minder dan 100 meter van bossen, heiden, huizen, boomgaarden, hagen, graan, stro, enz… Op deze algemene verbodsregel worden echter uitzonderingsmaatregelen voor kampvuren voorzien namelijk voor sociaal-culturele activiteiten en door onder meer het Bosdecreet en de Vlarem:

– Artikel 99 van het Bosdecreet (in 2013 gewijzigd) stelt dat vuur maken in of vlakbij een bos binnen een straal van 25 meter in Vlaanderen bij wet is verboden. (vermindering van de 100 meter afstand).

– Het Vlarem bepaalt dat vuur maken in bebouwd gebied is toegelaten mits gebruik van droog en onbehandeld hout en in een ‘sfeerverwarmer’. Daarmee wordt een vuurkorf, vuurton of barbecue bedoeld. (Deze regeling is gekomen om te vermijden dat iedereen voor een barbecue of een vuurkorf in zijn tuin een vergunning zou moeten aanvragen. Weet wel dat een gemeente dit nog steeds kan verbieden, als de veiligheid niet gegarandeerd kan worden).

Regels en afspraken:
1. Enkel onbehandeld hout is toegelaten als brandstof en er mogen geen ontvlambare of brandversnellende vloeistoffen / producten worden gebruikt om het vuur aan te steken. De voorraad of opslag moet op voldoende afstand, minstens 25 meter, van de vuurhaard bevinden.
2. De ondergrond van het terrein moet onbrandbaar zijn; de verbranding zelf moet gebeuren op een zandbodem met een minimumdikte van ongeveer 5 cm.
3. Een situatie- en/of inplantingsplan op schaal met aanduiding waar de kerstboomverbranding wordt gehouden en de veiligheidszone, moet minstens 3 weken voor de aanvang aan onze diensten worden overgemaakt.
4. De buurtbewoners dienen op de hoogte gebracht te worden voor de aanvang van de activiteiten. Deze informatie wordt minstens een week op voorhand meegedeeld.
5. Het vuur is onder permanent toezicht van aangestelde medewerkers of verantwoordelijken van de organisatie. Na het beëindigen van de activiteiten, vergewissen deze personen zich ervan dat het vuur grondig wordt gedoofd (geen smeulende gloeiresten – blussen met overvloedige hoeveelheid water). Ze houden ook toezicht op de brandhaard, de veiligheidszone en de onmiddellijke omgeving. Deze personen moeten minstens 21 jaar zijn en mogen niet onder invloed van alcohol of andere stimulerende middelen zijn.
6. In de nabijheid van het vuur wordt er een branddeken voorzien, een EHBO koffer (behandeling brandwonden), 2 snelblussers type ABC 9 kg of gelijkwaardig en een schop.
7. Er moet een veiligheidszone rond de verbrandingszone gevormd worden (bij voorkeur met een nadarafsluiting); afhankelijk van de hoeveelheid brandstof en windrichting kan deze zone uitgebreid worden. Deze zone is enkel toegankelijk voor de bevoegde medewerkers van de organisatie of het brandweerpersoneel. De medewerkers dienen gepast en beschermd gekleed te zijn tegen de hittestraling.
8. Enkel de medewerkers zullen de kerstbomen in ontvangst nemen en op de brandstapel leggen.
9. Indien tijdens de kerstboomverbranding het verkeer of bewoners in de omgeving last ondervinden van de rookgassen, moet het stoken onmiddellijk worden gestopt.
10. Ingeval een noodsituatie moeten de hulpdiensten onmiddellijk telefonisch kunnen verwittigd worden. Ingeval het gebruik van een GSM moet er zekerheid bestaan dat er op deze plaats ontvangst is.
11. Bij een windkracht van meer dan 5 beaufort moet de kerstboomverbranding afgelast worden.
12. De vuurresten moeten op een verantwoorde milieuhygiënische wijze worden verwijderd en in overeenstemming met de voorschriften met de wet van de bodembescherming.
13. De organisatie dient te beschikken over een verzekering Burgelijke Aansprakelijkheid.

De bovenvermelde adviezen zijn niet van beperkende aard op andere bestaande voorschriften, regels en bepalingen.

 

Kampvuur

Het houden van een kampvuur valt onder de voorschriften voor een grote vuurhaard in openlucht. Er moet altijd toestemming worden gevraagd aan de plaatselijke autoriteiten.

Wetgeving:
Het veldwetboek art 89 bepaalt dat het verboden is vuur te maken op minder dan 100 meter van bossen, heiden, huizen, boomgaarden, hagen, graan, stro, enz… Op deze algemene verbodsregel worden echter uitzonderingsmaatregelen voor kampvuren voorzien namelijk voor sociaal-culturele activiteiten en door onder meer het Bosdecreet en de Vlarem:

– Artikel 99 van het Bosdecreet (in 2013 gewijzigd) stelt dat vuur maken in of vlakbij een bos binnen een straal van 25 meter in Vlaanderen bij wet is verboden. (vermindering van de 100 meter afstand).

– Het Vlarem bepaalt dat vuur maken in bebouwd gebied is toegelaten mits gebruik van droog en onbehandeld hout en in een ‘sfeerverwarmer’. Daarmee wordt een vuurkorf, vuurton of barbecue bedoeld. (Deze regeling is gekomen om te vermijden dat iedereen voor een barbecue of een vuurkorf in zijn tuin een vergunning zou moeten aanvragen. Weet wel dat een gemeente dit nog steeds kan verbieden, als de veiligheid niet gegarandeerd kan worden).

Regels en afspraken:
1. Het kampvuur is enkel samengesteld uit organisch materiaal (cellulosebasis: hout, stro…) en er mogen geen ontvlambare of brandversnellende vloeistoffen / producten worden gebruikt om het vuur aan te steken.
2. Het kampvuur is onder permanent toezicht van een verantwoordelijke. Na het beëindigen van de activiteiten, vergewist deze persoon zich ervan dat het vuur grondig wordt gedoofd (geen smeulende gloeiresten).
3. In de nabijheid van het kampvuur wordt er een branddeken en een snelblusser type ABC 9 kg of gelijkwaardig voorzien.
4. Een situatie- en/of inplantingsplan met de nodige aanpassingen waar het kampvuur wordt gehouden, moet minstens 3 weken voor de aanvang aan onze diensten worden overgemaakt.
5. Ingeval een noodsituatie moeten de hulpdiensten onmiddellijk telefonisch kunnen verwittigd worden. Ingeval het gebruik van een GSM moet er zekerheid bestaan dat er op deze plaats ontvangst is.
6. De buurtbewoners dienen op de hoogte gebracht te worden voor de aanvang van de activiteiten. Deze informatie wordt minstens een week op voorhand meegedeeld.
7. Indien tijdens het kampvuur, verkeer of bewoners in de omgeving last ondervinden van hinderlijke rookgassen moet het stoken onmiddellijk worden gestopt.
8. De vuurresten worden op een verantwoorde milieuhygiënische wijze verwijderd en in overeenstemming met de Wet van de bodembescherming.
9. De organisatie moet beschikken over een verzekering Burgelijke Aansprakelijkheid.

Adviezen:
– Afhankelijk van de locatie kan er ook een beperking gelden van de hoeveelheid brandbaar materiaal voor het kampvuur. Algemeen: overdrijf niet met de grootte van het kampvuur; Een maximale hoogte tot 3 meter en een grondoppervlakte van 1 à 2 m2 is aanvaardbaar.
– Let op de ondergrond: bepaalde gewassen kunnen ondergronds doorbranden. Soms is het wenselijk het kampvuur af te bakenen, bijvoorbeeld met stenen.
– Zorg voor een duidelijke grens voor de omstaanders.
– Bij extreme droogte of warmte is het niet aangewezen om een kampvuur te houden.

De adviezen zijn niet van beperkende aard op bestaande voorschriften, regelgeving en bepalingen.

 

Inlichtingenblad preventie
Politiebesluit betreffende brandGevaar in ONZE provincie

Politiebesluit van de Gouverneur betreffende brandgevaar naar aanleiding van de aanhoudende droogte in onze provincie.

Politiebesluit betreffende Watergebruikin ONZE provincie

Politiebesluit van de Gouverneur betreffende watergebruik naar aanleiding van de aanhoudende droogte in onze provincie.

 

 

 

Share This